Top 3 - Groot Beekermark

Groot Beekermark

Heuvel nummer 3 is de Groot Beekermark. De Beekermark is een verwijzing naar een zogenaamde marke, een stuk landbouwgrond of bosgebied dat een gezamenlijke eigendom was van meerdere boeren en burgers van een bepaalde buurschap.

De marken vinden hun ontstaan in de middeleeuwen. De eigenaren regelden onderling wie welke grond van het perceel tot zijn beschikking kreeg. Het recht om de grond te gebruiken was door vererving door te geven op een volgende generatie. Door dit gegeven was er weinig tot geen ruimte voor mogelijke nieuwe eigenaren. Elk buurtschap had zo zijn eigen vaste grondgebied.
De Beekermark lag in het noordwesten van het Bergherbos en bestond uit de Grote en de Kleine Beekermark, die in de volksmond meestal de “Groete en Kleine Kloot” werden genoemd. Oorspronkelijk maakten deze twee markebossen onderdeel uit van een groter bosgebied genaamd de ‘Groote Marck’. Dit bos werd echter in 1460 opgedeeld. Op 12 augustus van dat jaar kwamen de richter en de rentmeester van de Liemers (namens de hertog van Kleef), de richter en twee rentmeesters van Elten (namens het vrouwenstift van Hoog-Elten) en enkele vertegenwoordigers namens de heer van Bergh de verdeling van het Beekerbos en het Beekerbroek overeen. Hierdoor vond een definitieve scheiding plaats van de particuliere belangen van de hertog van Kleef en het Beekse collectieve bezit. De uitkomst was dat de hertog van Kleef geen rekening meer hoefde te houden met het gezag van het markegenootschap en omgekeerd behoefde het markegenootschap geen toestemming meer te vragen aan de hertog voor de houtkap. Voorheen had het Kleefse hertogdom het recht op houtleverantie ten behoeve van Zevenaar en het recht op aanstelling van de holtrichter en de schutter.