Top 16 - Möllebult Stokkum

Möllebult Stokkum

De Möllebult in Stokkum, met op zijn hoogste punt ‘Düffels Möl’, kent een schitterende ligging, net buiten de dorpskom. Vanaf de zandweg voor de molen heeft u een schitterend uitzicht over het dorp en de heuvels van het Montferland. Eveneens is het vergezicht over het Duitse Emmerich, Hüthum – Borghees, Elten en de Eltenberg haast on-Nederlands.

Het maakt niet uit van welke kant men Stokkum nadert, van grote afstand steekt Düffels Möll als een duidelijk baken af tegen het achterliggende decor van bossen, velden en heuvels. Op oude landkaarten, van voor de bouw van de molen en het muldershuis, staat de heuvel aangegeven als Die Windslagh, een verwijzing naar de elementen die hier als vanouds vrij spel hebben. In 1861 nam Dorus Wintering het besluit om op de heuvel een molen te bouwen. Met behulp van boeren uit Stokkum en het aanliggende Duitse grensgebied werd de plek waar de molen zou komen met zand opgehoogd tot een hoogte van 30,4 meter boven N.A.P. (Stokkum zelf ligt gemiddeld op 17 meter boven N.A.P., een aanzienlijk verschil dus). De molen zelf werd in een korte tijd gebouwd. De grote as in de kap was van Amerikaanse makelij. De maalinstallatie bevatte twee maalstenen; een voor rogge en een voor boekweit, dat men tot bloem maalde. Eind 1861 was het geheel gereed en kon er gemalen worden. Bij windstil weer kon er niet gemalen worden en bracht men graan naar de watermolen in Laag Keppel.

Dochter Dora Wintering trouwde in 1890 met molenaarsknecht Jan Düffels uit het Duitse Bylerwaard, waardoor deze de nieuwe molenaar werd.
Vanwege de komst van elektriciteit in 1922 werden de wieken overbodig. Een elektrische maalinstallatie hamerde het graan nu fijn, vandaar de benaming hamermolen. Omdat de wieken, de roeden en het drijfwerk niet meer onderhouden werden, rotte dit gedeelte van de molen langzaam weg. In 1924 werden deze verwijderd en bleef alleen de molenromp met kap over. Molenaar Hein Düffels, zoon van Jan, kocht in 1937 een elektrische mengmachine. Omdat deze niet door de deur paste werd de kap van de molen gesloopt. De overgebleven zwartgeteerde molenromp kreeg vanaf nu in Stokkum de bijnaam het pepperbuske.

Op 11 maart 1969 werd in Stokkum een molencommissie opgericht. Men vond dat Düffels Möl weer in zijn oude staat hersteld diende te worden. Na jaren van onderhandelen, geldinzamelingsacties en publiciteit zoeken werd de molen in 1980 op de Monumentenlijst geplaatst. De provincie Gelderland, de A.N.W.B., het Prins Bernhardfonds, de Stichting Edwina van Heek en Stichting Berghs Belang steunden de restauratie zoveel mogelijk. Omdat het Rijk het liet afweten, moest een derde van de kosten uit particulieren bronnen komen. Geen simpele opgave. Onder het motto ‘Laat de Stokkumse molen draaien’ werd het bedrijfsleven in de hele regio aangeschreven. Met dubbeltjes, kwartjes, maar ook wel met bedragen van honderden guldens, kwam het particulier aandeel bijeen. Op 2 mei 1985 werd eindelijk de onmisbare medewerking van de gemeente verkregen en kon de molenbouwer aan de slag. De totale begroting, ooit een ton in guldens, bedroeg op dat moment f 264.000,-. Eerst moest de molenromp weer van een geheel nieuwe buitenmuur worden voorzien en moesten de diverse zolders weer worden aangebracht. Hoogtepunt voor het publiek waren natuurlijk het aanbrengen van de rietgedekte kap op 23 december 1985 en de wieken op 25 juni 1986.