Top 14 - Paosbult Stokkum

Paosbult Stokkum

De resten van deze zandbult, die de naam De Paasbult, in de volksmond Paosbult, draagt, lag vroeger tegenover het huis van de toen bekende en gevreesde boswachter Hendrik Gerritsen. Het oude boswachtershuis is inmiddels afgebroken en herbouwd. Nazaten van deze familie wonen echter nog steeds op deze locatie.

De Paasbult maakt deel uit van de rij zandduinen die van Elten tot Stokkum aan weerskanten van de Eltenseweg getuigt van de natuurkrachten uit de ijstijd, die ook de Hulzenberg en Elterberg hebben opgestuwd. Van oorsprong was de heuvel veel hoger, maar door zandwinning heeft de heuvel enkele meters van haar hoogte moeten prijsgeven. Nog in de jaren ’50 had het een vrij steile helling, die echter steeds verder afkalfde. Men kon van bovenaf in het mulle zand springen, enkele meters dieper. Dat was niet helemaal ongevaarlijk. Op zomerse dagen kon het er nogal druk zijn en kon iemand dus op het hoofd gesprongen worden. Ook liepen spelende kinderen de kans door een zandlawine bedolven te worden. Helemaal gevaarlijk was het, als kinderen grote gaten in de helling groeven en daarin probeerden te kruipen. Wonderwel zijn er nooit ernstige ongelukken voorgekomen. Het was een geliefd speelterrein voor de schooljeugd en op warme dagen trokken leerkrachten en leerlingen van de Stokkumse kleuterschool er heen met emmertjes en schepjes.

Wat de naam betreft is het opmerkelijk, dat ook plaatsen in de omgeving, met heuvels in de buurt, hun Paasbulten hebben. In Zeddam bijvoorbeeld en in Terborg, waar men zelfs van een Paasberg spreekt. De naam houdt verband met de vroegere traditie om bij het begin van de lente op heuvels vuren te stoken en zo de koude van de winter te helpen verjagen. Deze paasvuren moesten natuurlijk tot zover mogelijk in de omtrek gezien worden, vandaar altijd de hoge locatie.

De benaming Paasbult is al zeker enige eeuwen oud. Al in de verpachting van de jaren 1835 tot 1843 van de gemeinde Stokkum, de voorloper van het Sint Oswaldusgilde en eigenaar van de gemeenschappelijke gronden, lezen we over: ‘een hofstede agter de Paasheuvel, pagter N. Bronkhorst, borge Heren van Uum’.

De paasbult kende vroeger ook het zogenaamde ‘eieren tulen’, een toenmalig gebruik van de lokale jeugd. Hardgekookte paaseieren werden door de kinderen door een hiervoor gegraven gootje van de heuvel afgerold. Onderaan legden ze een handjevol mos, zodat het ei heel bleef. Het ging erom zoveel mogelijk eieren in één worp zonder stagneren beneden te krijgen.